|
||
|
Enkele fundamentele rechten volgens de islam Recht op levensonderhoud De profeet berispte de eigenaar van een slaaf die vanwege honger graan had gestolen. De eigenaar wilde zijn slaaf straffen. De profeet zei: "Deze man had honger en jij hebt hem geen eten gegeven. Jij bent het die gestraft moet worden." Recht op vrijheid van religie In het verdrag van Medina (ook wel de grondwet van Medina genoemd) legde de profeet in het jaar 1 van de islam vrijheid van religie vast: "Moslims, polytheïsten, en joden zullen als één gemeenschap (oemma) samenleven. Elke partij zal zijn eigen religie naleven." Toen de tweede kalief van de islam, Omar ibn al-Chattaab, Jeruzalem veroverde, werd in een verdrag volledige vrijheid van religie en veiligheid voor christenen en bescherming van kerken en kloosters en van christelijke bedevaartgangers vastgelegd. Uit een ander document, een door Omar bekrachtigd verdrag dat tot stand kwam na de verovering van steden in Syrië en Mesopotamië, werd het christenen evenwel verboden om nieuwe kerken en kloosters te stichten, beschadigde kerkgebouwen in wijken waar voornamelijk moslims woonden te herbouwen, in het openbaar kruizen of de bijbel te tonen, hoorbaar te bidden of heilige teksten te reciteren en het christendom te verspreiden. Dergelijke voorschriften zijn later ook op joden van toepassing verklaard. In een recht voor moslims om de islam te verlaten is niet voorzien. De klassieke sjaria bepaalt de doodstraf voor afvalligheid, vaak gebaseerd op een combinatie van afvalligheid met landverraad of actieve propaganda voor als anti-islamitisch beschouwde ideeën of andere religies. Toch zijn er in de koran en de hadiethliteratuur verwijzingen te vinden naar situaties dat mensen moslim werden en de islam weer verlieten zonder dat daarbij sancties worden genoemd. Zuiver op basis van koran en soenna beoordeeld bestaat er dus geen conlict tussen islam en het recht van moslims op vrijheid (lees: verandering) van religie. Overheden van staten waar de islam staatsgodsdienst is maken vaak een onderscheid tussen 'religie' (dien) en 'geloof' (aqida). Voor niet-moslims geldt dan vrijheid van religie, voor moslims slechts de vrijheid om binnen de islam hun eigen gebruiken te praktiseren (hoerriyat al aqida), dat wil zeggen de gebruiken die door de leerscholen zijn voorgeschreven. Verbod op bloedwraak In de afscheidsrede die de profeet hield tijdens de bedevaart die hij kort voor zijn dood verrichtte, zei hij over bloedwraak: "Mijn metgezellen! Ook bloedwraak heb ik onder mijn voet genomen. De eerste bloedwraak die ik ophef, is die van Rabia ibn Haris, die Hoezayl heeft gedood." (Hoezayl was iemand van Mohammeds stam. Zijn familie had volgens Arabisch gewoonterecht het recht om Rabia ibn Haris te doden.) Verbod op discriminatie op grond van religie en etniciteit Even verderop: "O gelovigen, jullie zijn broeders. Er is geen Arabier die boven een vreemdeling staat en geen volk dat boven de Arabieren staat dan door geloof." Mohammed stelde Bilal - een neger, die tevens een vrijgemaakte slaaf was - aan als muezzin omdat hij een krachtige stem had, waarmee hij aangaf dat iemand uitsluitend vanwege zijn capaciteiten, en niet vanwege status, familie- of vriendschapsbanden recht had op een positie. In de tijd van de Abbasiden (750-1258) en Fatimiden (909-1171) werd er geen onderscheid gemaakt naar ras of religieuze overtuiging voor het bekleden van overheidsfuncties (inclusief ministersposten), en waren er procentueel meer joodse en christelijke ambtenaren dan het aantal joodse en christelijke onderdanen zou doen vermoeden. Het onder de Abbasiden gestichte islamitische Beit al Hikma (Huis der Wijsheid) werd doorgaans door Nestoriaanse christenen gerund. Er bestond geen restrictie op het uitoefenen van bepaalde beroepen voor joden en christenen, zoals lange tijd in Europa voor joden het geval was. Juridische status van niet-moslims Gedurende het gehele Abbasidische en Osmaanse kalifaat (750-1923) hadden niet-moslims het recht om in hun eigen gerechtshoven volgens hun eigen rechtsprincipes en zonder tussenkomst van de islamitische overheid berecht te worden.
|
| 2005 © Muhammad Yahya - info@mysubmission.nl, GSM 06 44 920 544 |