|
Islamoloog Tariq Ramadan
over integratie, antisemitisme en moslimfeminisme
Rinke van den Brink, De Standaard, 1/3/2003 (België)
De Zwitserse filosoof en islamoloog Tariq Ramadan is een optimist. Hij
beseft dat de integratie van grote groepen islamitische migranten in
West-Europa moeizaam verloopt. Maar de laatste vijftien jaar voelen
migranten zich steeds meer burger van het land waar ze verblijven.
"Niemand hoeft minder moslim te worden om meer Vlaming te zijn.
Burgerzin, daar gaat het om."
Tariq Ramadan stamt uit een roemrucht geslacht. Zijn grootvader, Hassan
el-Banna, richtte in 1928 in Caïro de Moslimbroederschap op. In 1949 liet
de Egyptische president Nasser hem executeren. Tariqs vader en moeder
ontvluchtten Egypte en belandden na veel omzwervingen in Genève. Daar werd
Tariq Ramadan in augustus 1962 geboren. Ramadan doceert filosofie aan de
universiteit van Genève en islamologie aan de universiteit van Freiburg.
Hij heeft veel gepubliceerd en wordt vaak gevraagd voor debatten en
lezingen. Hij is innemend, welbespraakt en mijdt de gevoelige onderwerpen
niet.
Neem nu het antisemitisme, dat onder moslims wijdverbreid lijkt. Ramadan
schetst eerst de context waarin het antisemitisme gedijt, maar zijn
afwijzing is daarom niet minder duidelijk. "Het conflict tussen
Palestina en Israël vergiftigt de boel. Het hangt nauw samen met het
gevoerde beleid en met een bepaalde lezing van de recente geschiedenis. Voor
de ene partij gaat het om kolonialisme en om het ontstaan van een staat.
Voor de andere kant is het voor de enen een puur seculier project, voor de
anderen net een ultra-religieuze onderneming. Dat is in een notendop het
geschil tussen de islamitische en de joodse wereld. Moslims, ook buiten de
Arabische wereld, vinden dat zij recht hebben op Jeruzalem en de Palestijnse
gebieden. Maar dat moet je absoluut los zien van het jodendom als zodanig.
In de islamitische traditie hoort ook het jodendom bij 'de mensen van het
Boek' (de profeet Mohammed beschouwde het jodendom en het christendom als de
voorlopers van dezelfde monotheïstische godsdienst waarvan de islam de
ultieme uitdrukking was)."
In december 2001 publiceerde Tariq Ramadan in het Franse dagblad Le Monde
een artikel waarin hij het antisemitisme van de moslims in scherpe
bewoordingen laakte. Vandaag zegt hij: "Het probleem is dat er moslims
zijn - niet alleen ongeschoolden, maar ook imams en hoog opgeleiden - die
onder het mom van kritiek op de staat Israël het jodendom of de joden in
het algemeen bekritiseren. De gerechtvaardigde kritiek op de Israëlische
politiek glijdt soms af naar een onterechte kritiek op de joden en naar een
jodenhaat waarvoor in de islam geen enkele rechtvaardiging te vinden
is."
Daar mag geen misverstand over bestaan, vindt Ramadan. Hij vindt ook dat
moslims onomwonden het joodse lijden moeten erkennen en de holocaust moeten
veroordelen. De islamitische intelligentsia heeft daarbij een belangrijke
rol.
"Die kan wel onderscheid maken tussen de politiek van Israël en het
jodendom. Maar er zijn ook veel moslims die weinig onderwijs hebben genoten,
die sociaal en cultureel gesproken een arm leven leiden en alles op één
hoop gooien. Zij kunnen een discours ontwikkelen dat puur antisemitisch is
en dat we zonder omhaal moeten verwerpen. Uit naam van de islam moet je nee
zeggen tegen antisemitisme, tegen racisme, tegen een nieuwe vorm van
jodenhaat. Op grond van onze eigen godsdienstige referenties dus. Om elke
schijn van onduidelijkheid te vermijden, moeten we een kritische houding
hebben tegenover degenen van ons die wel goed opgeleid zijn, maar toch
kritiek op Israël met kritiek op de joden verwarren. En moeten we hardop
zeggen dat in bepaalde moskeeën dat onderscheid niet wordt gemaakt. Want
dat is onaanvaardbaar."
Ramadan verlangt van zijn geloofsgenoten dat ze uit hun slachtofferrol
stappen - de 'joodse samenzwering' - en hun lot in eigen hand nemen.
"We moeten een nieuwe vorm van burgerschap creëren op basis van
gemeenschappelijke waarden, en voorkomen dat er een kloof ontstaat door de
moslims te stigmatiseren als de stuwende kracht achter het nieuwe
antisemitisme. Want dat klopt niet. Ook al is het waar dat moslims uit
Noord-Afrika er vatbaarder voor zijn."
"Zoals ik met een aantal andere moslimintellectuelen in het Westen mijn
eigen geloofsgemeenschap bekritiseer, zo wil ik ook dat joodse leiders zich
niet laten verleiden tot stigmatisering van moslims of tot
slachtoffergedrag, maar mikken op een dialoog en opkomen voor
gemeenschappelijke waarden. Met veel progressieve joden in Frankrijk en
België lukt het prima om op die manier samen te werken. Het is de taak van
de leiders van de moslimgemeenschap om kritisch te zijn en antisemitische
incidenten te veroordelen. Maar van de joodse leiders verwacht ik dat zij
geen olie op het vuur gooien, anders zal de kloof steeds moeilijker te
overbruggen zijn."
Om de dialoog mogelijk te maken is volgens Ramadan een pedagogisch programma
nodig dat via drie assen moet lopen: "Ten eerste: hoe kunnen moslims de
koran en onze andere bronteksten zo bestuderen dat we beseffen dat het
daarin om waarden gaat die we met anderen delen, en niet om het eenzijdig de
waarheid in pacht hebben. De erkenning dus van de joodse traditie rond Mozes
en de christelijke traditie rond Jezus. De manier waarop we over onszelf en
onze teksten praten, is bepalend voor de manier waarop we over anderen
spreken. Het gaat om religieus onderricht dat niet uitsluit, maar insluit,
dat de verschillen en de overeenkomsten omvat. Als je in Europa in een
pluralistische maatschappij leeft, dan moet onderwijs niet alleen over
jezelf gaan, maar ook over de anderen."
"Ten tweede: het openbaar onderwijs moet op een objectieve manier over
de geschiedenis van de godsdiensten spreken. Want onwetendheid baart angst
en angst mondt uit in conflicten. Hoe moeten we een pluralistische
samenleving krijgen als er geen kennis is over wat dat pluralisme
behelst?"
"Ten slotte moet onze benadering van de geschiedenis integrerend zijn.
Een voorbeeld: de Vlaamse bevolking is veranderd. De filosofische grondslag
van de samenleving was jarenlang Grieks-Romeins, de godsdienstige
joods-christelijk. Daarna kwamen de agnostische en rationalistische
dimensie, die heel natuurlijk geïntegreerd zijn in het onderwijssysteem.
Maar je moet je ook openstellen voor de islamitische traditie, die hier
nieuw is. Je moet rekening houden met elementen van de geschiedenis, maar
ook met de veranderde collectieve psychologie. Je kunt geen echte Europeaan
zijn met het collectieve onderbewustzijn dat daarbij hoort, als je geen
rekening houdt met het lijden van het joodse volk, want dat is deel van de
collectieve psychologie in Europa."
"Maar tegenwoordig leeft u in uw land samen met mensen die andere
wonden hebben, zoals bijvoorbeeld de kolonisatie. Over dat lijden, over de
psychologie van die jongeren en hun vaders, moeten we het ook hebben. En wat
te zeggen van de economische ballingschap? Ook die maakt deel uit van de
psychologie van de immigranten die Europa hebben helpen opbouwen. Ten slotte
kun je ook niet om het lijden van het Palestijnse volk heen, want dat dragen
de islamieten met zich mee. Daarmee hoort het lijden van het Palestijnse
volk vandaag dus tot de collectieve Europese psychologie. En dat moet
blijken in het onderwijs, op de televisie en in de pers. Samenleven is
gedoemd te mislukken als we niet in staat zijn het lijden van de ander te
erkennen, want samenleven is gebaseerd op de principes van gelijkwaardigheid
en op een gedeelde psychologie. De wet alleen volstaat niet om samen te
leven."
De intellectuele verhandeling van Tariq Ramadan lijkt ver af te staan van de
alledaagse werkelijkheid van veel islamitische jongeren. Op een minder
abstract niveau moet er ook nog veel gebeuren, want de sociale problemen
zijn groot. Maar voor hij daarop ingaat, legt Ramadan eerst een
geloofsbelijdenis af, die klinkt als een saluutschot.
"Het integratieproces van immigranten met het islamitische geloof is
bezig. Jonge Vlaamse moslims die onderwijs hebben genoten en hun geloof
kennen, participeren in de maatschappij. De problemen komen niet door de
islam, maar door het sociale beleid en het grotestedenbeleid. Hoe gaan we
die jongeren integreren door werk, door stedelijke socialisering - we moeten
ermee ophouden ze allemaal op dezelfde plek te stallen - en natuurlijk door
onderwijs."
"De probleemjongeren komen meestal uit een zwak milieu. Op school zijn
ze vastgelopen, werk hebben ze vaak niet en uiteindelijk krijgen ze dan ook
nog eens te horen dat ze Arabier zijn. Ze mogen dan wel hier geboren en
getogen zijn, maar ze zien eruit als Arabieren. Omdat die jongeren in
meerderheid van Marokkaanse origine en moslim zijn, wordt de islam als het
probleem gezien. Maar dat slaat nergens op, het gaat om sociale uitsluiting.
Dat is hun werkelijkheid. En op de televisie zien ze al meer dan twee jaar
dag in dag uit hoe de Palestijnen de volle laag krijgen. Zo beleven zij dat
in ieder geval. Iets vergelijkbaars gebeurt nu met Irak. De eigen
maatschappij stoot hen uit, ze worden gemarginaliseerd, ze identificeren
zich met die andere onderliggende partij, en alle remmen gaan los, op zijn
minst verbaal."
"Wat je hebt is sociale uitsluiting, geen islamitische opvoeding, de
meeste van die jongeren weten niets van hun eigen godsdienst, want anders
zouden ze zich tegen dat antisemitisme verzetten en het veroordelen."
"De grootste dreiging voor de moslimgemeenschappen in Europa is wat in
de VS de islamitische Afro-Amerikanen is overkomen. Die worden totaal aan
hun lot overgelaten. En we moeten oppassen dat de islamitische
intelligentsia niet vergeet echt solidair te zijn met de achtergestelden en
de armsten. Want de intelligentsia kan hen helpen om hun sociale uitsluiting
te doorbreken, die ook een gevolg is van een tekort aan kennis. Die jongeren
worden in hun gevoel uitgesloten te zijn, vaak nog gesteund door
fundamentalisten, die heel goed opgeleid zijn, maar een visie hebben waarin
de moslims tegenover Europa staan. De oorlog tegen Irak zal dat gevoel ook
alleen maar versterken."
De intellectuele voorhoede van de moslimgemeenschappen in Europa moet dus
een sleutelrol vervullen bij de integratie van hun geloofsgenoten. En
daarbij zouden ze ook de discussie over de partnerkeuze open moeten breken.
Al te veel moslims in West-Europa halen hun partner uit de landen van
herkomst, waardoor de eerste generatie migranten telkens aangevuld wordt en
de problemen zich ook blijven herhalen.
"Dat is een groot probleem. Veel moslims hier isoleren zich. Op termijn
is er niets slechters denkbaar. Mensen moeten de getto's uit komen. Maar u
moet wel bedenken dat het zeker in Nederland en Vlaanderen om een recente
immigratie gaat, van twintig, maximaal dertig jaar geleden. In Frankrijk en
ook Wallonië is het een ouder fenomeen, en daar zijn de moslims al veel
meer ingeburgerd. Maar dat gaat niet vanzelf. Migranten die hier geboren
worden, moeten zich thuis voelen, ze moeten hun geboorteland ook echt als
hun land beschouwen. In de VS, Frankrijk, Groot-Brittannië en Wallonië is
dat al gelukt, dus dat zal ook in uw land gebeuren. Dat proces is overal aan
de gang en ik beschouw dat als een stille revolutie. We zijn hier
thuis."
"Verder moeten we ophouden moslims aan te praten dat ze een minderheid
zijn. Je bent burger van een land of niet. Burgers zijn burgers, je maakt
geen onderscheid tussen joodse burgers, christelijke burgers en islamitische
burgers. De collectiviteit bestaat op basis van rechtsregels en gedeelde
waarden. Dat gepraat over minderheden is een val."
Met moslima's gaat het over het algemeen veel beter dan met hun mannelijke
geloofsgenoten. Het is een constante in alle westerse landen met een
moslimgemeenschap. Die is volgens Ramadan terug te voeren op de
achtergestelde rol van de meisjes.
"Wat begon als een ernstige belemmering, is veranderd in een troef,
waardoor moslima's zich op gehele nieuwe wijze kunnen verheffen. De eerste
generatie had een houding die veeleer cultureel dan religieus bepaald was.
Ze lieten de jongens veel vrijer dan de meisjes. Die hingen tot 's avonds
laat op straat rond, gingen tot diep in de nacht uit en mislukten op school.
De meisjes moesten heel vaak onder druk van hun vader thuisblijven. Ze
hebben zich dan maar op hun schoolcarrière gestort, als vorm van
zelfverwerkelijking. Daarmee is de universiteit binnen hun bereik gekomen.
Dat leidt tot het ontstaan van een nieuwe vrouwelijke islamitische
intelligentsia, die op haar beurt het islamitische feminisme zal
voortbrengen. Vrouwen die door de patriarchale cultuur het onderwijs in
gedreven werden, eisen nu ze geschoold zijn in naam van de islam hun
vrijheid op. Ze komen op tegen die patriarchale culturele benadering en
bestrijden dat dat iets met de islam te maken heeft."
Ramadan kan er zich helemaal in vinden dat steeds meer Vlamingen duidelijk
zeggen dat er waarden bestaan waaraan immigranten zich moeten aanpassen. De
vrije zeden, bijvoorbeeld, de opvattingen over homoseksualiteit, abortus,
euthanasie, leveren voor veel moslims, maar overigens niet alleen voor hen,
problemen op.
Ramadan: "In de klassieke moslimtraditie bestaat er geen absolute
afwijzing van abortus of euthanasie. Die biedt dus een opening. De Belgische
wet staat het drinken van alcohol toe. Mijn geweten verbiedt me dat. Ik doe
wat ik wil, dus ik drink niet. Met homoseksualiteit is het niet anders. De
wet staat dat toe, maar ik wil het niet. Het draait om respect. Respect voor
mensen die wel homoseksueel zijn of wel willen drinken. We moeten Vlaamse
moslims uitleggen dat ze de hier bestaande tolerantie moeten respecteren en
vervolgens in volle gewetensvrijheid hun eigen keuze kunnen maken."
"Eigenlijk zijn jullie in Vlaanderen nog niet uit de
eerste-generatieproblematiek. Vroeger had je islamitische geleerden die
zeiden: 'We kunnen niet in Europa blijven, want daar mag je alcohol
drinken.' Maar niemand verplicht je daartoe. Eerst moesten we begrijpen dat
het tolereren van alcohol geen verplichting is die tegen je geweten ingaat.
Met homoseksualiteit ligt het net zo. Dat is fundamenteel. Het probleem is
dat velen denken: hoe minder Vlaams ik ben, hoe meer ik moslim ben."
Het probleem met veel imams is dat ze vaak mijlenver afstaan van de
maatschappij waarin ze werken. Daarom zijn ze vaak juist een rem op de
integratie van moslims. In een artikel in het maandblad Le Monde
Diplomatique van juni 2000 hekelde Ramadan de greep van buitenlandse
mogendheden op de moskeeën in West-Europa.
"Kijk", zegt hij, "we moeten natuurlijk niet de ogen sluiten
voor de geschiedenis. De integratie van de katholieke Polen in Frankrijk is
heel moeilijk geweest. Die van de Italianen in Zwitserland een drama. En dan
wil je dat moslims in vijftien of twintig jaar helemaal geïntegreerd zijn?
Dit is een overgangsperiode. We moeten geduldig zijn, maar niet passief. We
moeten imamscholen opzetten om de imams hier op te leiden.
Moslimgemeenschappen moeten zich hier ter plekke organiseren zonder
bemoeienis van buitenaf."
"En nog eens, de afgelopen vijftien jaar heeft zich een revolutie
voltrokken. Als ik in België kom spreken, dan zitten de zalen vol omdat de
mensen vinden dat er wat moet veranderen. Ik hou mijn publiek voor dat
niemand minder moslim hoeft te worden om meer Vlaming te zijn. Maar
Vlaanderen kennen om een islamitische Vlaming te zijn, is een voorschrift.
Burgerzin dus, daar gaat het om. Geef de mensen de tijd, maar doe dat op een
actieve manier. Je moet hoge eisen stellen aan die gemeenschappen, maar geen
onrechtvaardige. Je moeten mensen niet vragen vlugger te gaan dan ze kunnen.
Waarom zou in Vlaanderen niet lukken wat elders ook gelukt is?"
"Ik weet dat er enorme problemen zijn. Maar ik zie ook dat de
oplossingen zich aftekenen. En ik ben ervan overtuigd dat wat zich in Europa
voltrekt, een impact zal hebben op de islam in de hele wereld. Ik merk het
als ik spreek in Marokko, Indonesië, Jordanië, aan de reacties van de
mensen. Ze zijn in voor vernieuwing."
|