VERNIEUWING
IN HET ISLAMITISCH DENKEN

TERUG     HOME

Eigenzinnig auteur Ziauddin Sardar pleit voor eigen verantwoordelijkheid moslims
"Mohammed B. heeft niets van Allah begrepen"
Zelfspot bijna unieke kwaliteit voor Europese moslim
Hans Kuitert, Telegraaf, 5 november 2005

AMSTERDAM, zaterdag Een glimlach plooit zijn mondhoeken, maar hij aarzelt niet op de vraag wat hij Mohammed B. zou toevoegen, mocht hij hem ooit te spreken krijgen. „Niets,” zegt hij gedecideerd, „met zo iemand kan ik niet praten. Hij is het resultaat van alles wat slecht is aan de islam. Het is een man zonder kaders, een leeg vat waar de islam naar willekeur in is leeggestort.” Ziauddin Sardar (54) spreekt met gezag. Hij is een Britse wetenschapper, columnist en essayist van Pakistaanse afkomst. En bovenal een kritische moslim, of zoals hij het zelf liever ziet, een sceptische. Van Sardar mag je de vloer aanvegen met moslims die hun geloof kritiekloos belijden, maar van de islam moet je afblijven. Recht van spreken heeft hij als geen ander. Weinig moslims nemen de moeite hun hele leven de islamitische wereld te bereizen op zoek naar de echte islam, naar een geloof dat nog aansluiting heeft met onze tijd. Dat met de mens meegroeiende geloof is hij tot nu toe nergens tegengekomen, wel een islam die is vastgeroest in de ankers van zijn ontstaansgeschiedenis. Tenminste, zoals het geloof wordt beleden door de aanhangers ervan.

Relativerend Sardar heeft over die persoonlijke zoektocht een bij vlagen humoristisch, in ieder geval relativerend en bovendien goed gedocumenteerd boek geschreven dat op de dag dat Nederland de moord op Theo van Gogh herdacht onder de titel Het paradijs wanhopig gezocht op de markt werd gebracht door Byblos. Wat dit boek een aanrader maakt, voor moslims en niet-moslims, is het feit dat Sardar vraagtekens plaatst bij alles wat, ook in Nederland, door islamitische gelovigen als onwrikbaar feitelijk wordt aanvaard. Wat zijn boek een extra leerzame dimensie geeft is zijn zelfspot, een bijna unieke kwaliteit voor een Europese moslim. Sardar heeft lof voor Theo van Goghs kruistocht voor de rechten van de vrouw in de islam, maar twijfels over het nut van diens ongezouten kritiek op de islam. Omdat hij zijn pappenheimers door en door kent, hebben de reacties hem niet verbaasd, maar moord gaat hem mijlen te ver. Met een wijd gebaar van vertwijfeling spuugt hij zijn gal over Mohammed B. „Die zei dat hij het voor zijn God deed. Dan heeft hij toch een vreemd beeld van God, die hij degradeert tot een armzalige figuur die alleen maar wraak wenst. Die moord was een ziekelijke reactie van Mohammed B. op Allah. Hij heeft de essentie van Allah niet begrepen.” Nederland debatteerde deze week over het trauma dat de moord op Van Gogh in de samenleving heeft veroorzaakt. Als er een Nederlandse Sardar was geweest, waren al die gespreksrondes misschien niet gesmoord in goede bedoelingen. De hete brij bleef deze week onaangeraakt nasudderen in de debatzaaltjes. De flamboyante Sardar steekt zijn verbazing over het slappe debat niet onder stoelen of banken. Hij zegt het niet, maar impliceert het wel: ook de Nederlandse moslims zijn ingepolderd: pappen en nathouden, vooral de dialoog zoeken, maar niet de zelfreflectie. Precies daar is het Sardar om te doen, in zijn boek en in zijn consistente handelen als ’ongebonden’ moslim. „Er is in Nederland een ééndimensionale houding,” bromt Sardar. „Twee gemeenschappen hebben elkaar gedemoniseerd. Daar helpt geen dialoog aan, maar een polyloog, zal ik maar zeggen.” Hij legt dat laatste begrip meteen uit: „Praten wil nog niet zeggen dat er een dialoog is. Nederlanders zouden eens serieus moeten kijken hoe wij dat in Groot-Brittannië hebben gedaan. De imams hebben daar in de gemeenschap zelf de bodem gelegd voor het gesprek. De Britse Moslim Raad droeg de imams na ’11 september’ op naar de gemeenschap te luisteren, vooral naar de jongeren. Er kwam zelfonderzoek en daarmee traden de moslims naar buiten. De Britten beseffen nu heel goed dat ook de moslims geen monolithisch geheel vormen. De moslims hebben net zoveel scheidslijnen als andere culturen en geloven.”

Sardar wijst er niet zonder trots op dat de combinatie van zelfreflectie en openheid de Britten, gelovig of ongelovig, in staat heeft gesteld de gruwelen van de aanslagen in juli in Londen het hoofd te bieden. „Die ingetogen reactie in juli kwam van binnenuit, maar was al veel eerder ingezet”, zegt Sardar. „Britten hebben begrepen dat een samenleving niet één stem heeft maar talloze en dat je met al die mensen in gesprek moet blijven, continu.” Daarom spreekt de schrijver van een polyloog, een dialoog op duizenden fronten tegelijk. Anders dan veel Britse gelovigen schaart hij de Nederlandse moslims onder de passieve geloofsgenoten, die zich zonder tegenstribbelen laten bedelven onder karrenvrachten heilige teksten, die voor zoete koek worden geslikt, omdat nu eenmaal wordt gedacht dat een goede moslim zijn geloof alleen maar kan belijden als hij zich houdt aan de plichten, de voorschriften. „De hedendaagse moslims moeten een agenda nastreven van deze tijd. Van deze grenzenloze wereld. We leven niet los van elkaar. Ze moeten leren dat de koran geen eeuwige en onwrikbare waarheden verkondigt, maar juist de fundamentele levensvragen stelt. Vragen die beantwoord moeten worden door de gelovige zelf, niet door de koran. De koran is een commentaar op het leven en de tijd van de profeet Mohammed. De meeste moslims nemen de koran letterlijk en zijn dus blijven steken in de tijd.”

Opstand Het doet hem deugd dat in Engeland jonge generaties moslims in opstand komen tegen de imams. „Die jongeren gebruiken de vrijheden van Europa. Ze lezen zelf de koran. Ze debatteren erover. Ze begrijpen de gelaagdheden in hun persoonlijkheid. Ze zijn Brits, maar ook Pakistaans, bijvoorbeeld. Moslim in een orthodoxe gemeenschap, maar ook moderne mensen, geschoold in een geseculariseerde samenleving. Ze zoeken een weg in die botsing binnen zichzelf.” Sardar schuwt het dilemma niet dat ook gelovigen van andere godsdienstige richtingen als een obstakel voor zich zien opdoemen, namelijk dat religieuze beleving laatsvindt in een ontkerkelijkte Westerse werkelijkheid. Europese moslims worden daar natuurlijk ook mee geconfronteerd, wat de radicale elementen onder hen aanspoort het probleem te benoemen. Het Westen, waar zij zijn geboren en getogen, is dan al snel verderfelijk, terwijl autochtonen hun moslimgeloof gemakkelijk als achterlijk ervaren. Het is een dilemma waar vaak aan voorbij wordt gegaan, maar gelukkig is Sardar er om het snerpend te schetsen, niet alleen in zijn boek. „Niets is geïsoleerd. Ook niet de moslims in Europa. Wat elders gebeurt, heeft hier grote gevolgen voor hen. De Amerikaanse invasie van Irak heeft veel moslims in Europa geradicaliseerd. De dominante krachten in de wereld brengen verwondingen toe en die zorgen voor een kankergezwel. We kennen het resultaat: geweld.”

Ziauddin Sardar, Het paradijs wanhopig gezocht, Byblos, €19,90, ISBN 9058471136

 

2005 © Muhammad Yahya